Inventarisatie fietsonderzoek

Impressie Fietscommunity 30 november 2017, Utrecht
Fietsen gaat over zoveel meer dan alleen verkeer! Lot van Hooijdonk kon het niet genoeg benadrukken tijdens de Fietscommunity-bijeenkomst van 30 november 2017. Dat bleek ook uit de presentaties van verschillende onderzoekers. Maar… de inventarisatie van fietsonderzoeksprojecten laat op dit moment nog een ander beeld zien. Andere onderwerpen naast mobiliteit lijken nog grotendeels te ontbreken.
De bijeenkomst startte direct dynamisch met posterpresentaties door de onderzoekers van Smart Cycling Futures en Cycling Cities:
Fietsen te normaal
Vervolgens lichtte Jan Klinkenberg toe hoe de Fietscommunity zich verhoudt tot initiatieven als Tour de Force: ‘Wij zitten vooral aan de onderzoeks- en kennisdelingskant. We zorgen voor interactie tussen onderzoekers onderling en tussen onderzoekers en fietsexperts van buiten de universiteiten en hogescholen. We zijn een netwerk van mensen en we werken tevens aan een database van onderzoeksprojecten.’ Wethouder Lot van Hooijdonk van de gemeente Utrecht hield daarop een wervelend pleidooi voor de fiets. Haar eerste punt was dat we fietsen in Nederland te normaal vinden. ‘We zijn er keigoed in, maar we moeten dat verhaal veel krachtiger gaan vertellen.’
De fiets depolitiseert
Van Hooijdonk’s tweede punt was dat er nog altijd veel groeipotentieel zit in de fiets als vervoermiddel. ‘Ik geloof werkelijk dat de fiets al onze mobiliteitsproblemen kan oplossen. Binnen Utrecht zijn 70% van de ritten onder de 15 km. Nu wordt daarvan 30% met de fiets afgelegd. Hoe krijgen we die andere 40% te pakken? En wat de ring betreft: slechts 1/3 van wat de ritten zijn doorgaand verkeer. De rest is lokaal en regionaal. Ook daarvan kan veel op de fiets. Dat scheelt verdere snelweguitbreidingen met alle bijbehorende nadelige effecten van dien! En de fiets-treincombinatie heeft de toekomst; die groeit momenteel heel snel en gaan we verder faciliteren.’ De derde boodschap van Van Hooijdonk betrof de kwaliteit van de ruimte. ‘Zonder te politiseren: de auto past gewoon niet meer in onze binnensteden. Wandelen, OV en fietsen vormen tezamen het ideale vervoer van de grote stad. Mara we moeten die fiets dan ook wel meer ruimte geven. Dat is een puzzel in zo’n historische binnenstad als Utrecht. We komen nog altijd 6000 stallingsplaatsen tekort.’ Tot slot: ‘Mijn lievelingsonderwerp: fietsen gaat niet alleen over verkeer, maar over veel meer. Denk aan emancipatie, gezondheid, luchtkwaliteit en… fietsen maakt gelukkig!’
Overheid en wetenschap hebben elkaar nodig
Jan Klinkenberg: ‘Wat zie je voor rol voor de wetenschap?’ Van Hooijdonk: ‘Die moet vooral de maatschappelijke baten van het fietsen beter in beeld brengen. En fietsen moet samen met lopen veel beter in alle kwantitatieve verkeersmodellen; we weten nog steeds vrij weinig, hebben nog weinig data. En ik denk dat er meer onderzoek nodig is naar de sociale en lifestyle-aspecten van fietsen.’ Klinkenberg vroeg vervolgens aan Hugo van der Steenhoven die aan het onderzoeksprogramma Smart Cycling Futures verbonden is als procesmanager hoe de samenwerking binnen het consortium tussen onderzoekers en overheden daar verloopt. Van der Steenhoven: ‘We hebben vanmorgen hier een consortiumbijeenkomst gehad. In alle vier de reigio’s gaan experimenten plaatsvinden, variërend van snelfietsroutes en stallingen tot een deelfietsexperiment op het Utrecht Science Park gecombineerd met het stimuleren van fietsers om niet via het centraal te reizen maar via andere stations. We hebben allemaal gemerkt dat je echt wel een jaar nodig hebt om elkaar te vinden als wetenschap en overheid – al ben je al samen in een consortium gestapt. Je spreekt niet helemaal dezelfde taal. Een ander punt is dat we ervoor moeten waken om als onderzoekers niet al het uitvoerende werk rond de experimenten zelf te gaan doen. Maar ja, de ambtenaren hebben het ook druk! Voor een NWO-programma als SURF is dit wel een leerpunt: is het mogelijk om de organisatie van experimenten nog wat beter te faciliteren, bijvorbeeld in extra geld voor projectmanagement?’
Deelfietsen: hype of hoop?
Arnoud van Waes, innovatieonderzoeker aan de UU en verbonden aan Smart Cycling Futures, houdt zich bezig met een onderwerp dat de laatste tijd nogal in het nieuws was: deelfietsen. Onder de veelzeggende titel ‘Hype of hoop?’ presenteerde hij zijn bevindingen tot nu toe [PDF]. Van Waes schetste onder meer de typologie van verschillende fietsdeelsystemen die hij heeft ontwikkeld. Elk type heeft een ander opschalingspotentieel. De meest moderne systemen (free floating, zonder vaste infrastructurele voorzieningen) zijn schaalbaar, maar komen in botsing met de bestaande regelgeving. De overheid wordt van co-creator meer regulator. In de discussie met de zaal wordt onder meer de nieuwe ontwikkeling rond ‘geofencing’ genoemd. Tips: het literatuuroverzicht van de European Cyclists’ Federation en de deelfietsenbeleidswijzer van het Fietsberaad: die is in februari 2018 klaar.
Fietsgedrag beter voorspellen
Hoogleraar Serge Hoogendoorn (TUD) gaf vervolgens samen met zijn medewerkers Lara Zomer, Danique Ton en Andreas Hegyi een uitgebreide presentatie over het fietsonderzoek dat in en rond het verkeerskundige project ALLEGRO plaatsvindt).
Dit project draait om het beeld krijgen van de dynamische stromen van fietsers en voetgangers. ‘Het is een nieuwe lijn in de Delftse traditie van de verkeerskunde. We hopen met nieuwe data en nieuwe modellen een beter inzicht te krijgen in de effecten van maatregelen op het gedrag van fietser en voetgangers. We hebben al verschillende praktijkexperimenten achter de rug. In Amsterdam hebben we 250 fietsen van het Student Hostel in de afgelopen zomer  nauwkeurig gevolgd. Met de data en modelontwikkeling zullen we in staat zijn om op microscopisch niveau te voorspellen hoe mensen zich bijvoorbeeld opstellen bij verkeerslichten. Onze resultaten worden momenteel al als input gebruik door de gemeente Amsterdam bij het nieuwe fietsroutekeuzemodel daar,’ aldus Hoogendoorn c.s. Ze lieten ook iets zien over onderzoek ten behoeve van snelheidsadvies voor fietsers bij verkeerslichten en het Smart Biking Lab dat in The Green Village van Delft wordt gevestigd. Daar kunnen onder meer tests gaan plaatsvinden met detectie van fietsers via de infrastructuur. Deelnemers in de zaal stelden nog enkele vragen over onder meer verschil maken in doelgroepen (dat nog lastig is wegens gebrek aan data), de factor ‘drukte’ (die nog niet goed kan worden gedetecteerd) en het inzetten van surveys (dat de onderzoekers inderdaad doen).
Tour de Force en kenniswereld verder verbinden
Vervolgens was het woord aan Rick Lindeman van Rijkswaterstaat. Hij is wegkapitein kennis bij de Tour de Force en legde de deelnemers een aantal vraagstukken uit de kennisagenda voor, die her en der op papieren in de ruimte waren verspreid. De deelnemers konden hierop hun input leveren met roze post-its. Na deze ronde concludeerden Lindeman en Klingenberg dat de aansluiting tussen de Tour de Force en de kenniswereld nog verder versterkt kan worden.
Matrix verheldert, maar is mogelijk niet compleet
Het slotonderdeel van de middag werd verzorgd door Rob van der Bijl [PDF]. De afgelopen periode was er door onder meer Arjen Klinkenberg (met dank aan het Ministerie van IenW) gewerkt aan het invullen van de onderzoeksmatrix: welk type onderzoek waarnaar en door wie vindt er nu plaats in Nederland op het terrein van fietsen? Van alle projecten die tot nu toe zijn geïdentificeerd zijn er nu 35 helemaal beschreven en gecodeerd; er is een lijst van 82 die nog aan de beurt moet komen, maar voor elk project is wel twee dagen nodig. Van der Bijl: ‘Opvallend is dat onderzoek vanuit ‘de basis’ (bewoners, NGO’s) vrijwel geheel ontbreekt. En heel veel onderzoek gaat over verkeer en vervoer en niet of nauwelijks over andere aspecten van fietsen, zoals gezondheidsaspecten of milieuaspecten. Wel is er redelijk wat fietsonderzoek et een sterk ruimtelijke component. Zeer opmerkelijk: we vinden bijna geen veiligheidsonderzoek En ook weinig over governance, bikenomics, recreatie en vervoersarmoede. Maar… het kan heel goed zijn dat dit onderzoek wel wordt gedaan, en dat wij het gewoon niet weten. Blijf ons dus voeden! Stuur een mail naar Jan Klinkenberg als je nieuw onderzoek ontdekt!’ En toen was het tijd voor een welverdiend drankje.
Rob van der Bijl legt de matrix uit.
Foto: André Pettinga